Dossier Informeel Financieren

Inhoudsopgave

Wanneer men een nieuw initiatief start en een groeiambitie heeft is de kans groot dat er externe financiering nodig is. Denk dan ook eens aan informeel financieren. Het aantrekken van een informele investeerder is in andere sectoren, bijvoorbeeld bij startups, al een veel voorkomend verschijnsel.

Binnen de culturele sector is deze financieringsvorm nog niet zo ver ontwikkeld. Dit, terwijl het hebben van een informeel investeerder veel voordelen kan bieden. Dit artikel beschrijft een onderzoek naar de verschillen tussen formeel en informeel financieren en onderzoekt de toepasbaarheid van deze financieringsvorm in de culturele sector.

In dit artikel worden eerst de kenmerken van formeel en informeel financieren behandeld, vervolgens wordt een indeling van informeel financieren gegeven. Afsluitend wordt ingegaan op verschijningsvormen van informeel financieren en de toepasbaarheid binnen de culturele sector.

Informeel en formeel financieren

Bij informele investeerders is het geïnvesteerde kapitaal hun eigen vermogen en bij formele investeerders is het kapitaal afkomstig van derden. Het onderscheid tussen formeel en informeel financieren is het beste te maken op basis van de investeringsbeslissing; bij informele financieringen beslist de eigenaar van het te investeren kapitaal zélf of er geïnvesteerd wordt. Bij formeel financieren wordt deze beslissing niet door de eigenaar van het kapitaal, maar door een derde genomen.
Doordat de investeringsbeslissing bij formeel investeren niet direct bij de eigenaar van het kapitaal ligt heeft deze vorm van investeren een aantal andere kenmerken dan informeel financieren. Deze zijn weergegeven in onderstaande tabel.

De ontwikkeling die een onderneming doormaakt kan in vier fasen worden ingedeeld. In elk van deze fasen kent de onderneming andere financieringsbehoeften. Naarmate de onderneming groeit verandert ook het risico voor mogelijke investeerders in de onderneming.

In elk van deze fasen kent de onderneming andere financieringsbehoeften. Naar mate de onderneming groeit verandert ook het risico voor mogelijke investeerders in de onderneming. In de ‘seed’ fase bestaat de waarde van de onderneming vaak alleen uit een ondernemer met een idee dat mogelijk wordt ondersteund door een marktonderzoek. Omdat het initiatief in deze fase nog geen bewezen werkend proces en geen waardevolle activa bezit kan een mogelijke investeerder zijn investeringsbeslissing alleen baseren op de ondernemer, zijn gedrevenheid en zijn ideeën. Omdat de waarde hiervan moeilijk te kwantificeren wordt een investering in een onderneming in dit stadium als zeer risicovol gezien.

Naarmate een onderneming zich verder ontwikkelt en groeit neemt ook het risico op investeringen in de onderneming af; het product of de service heeft zich inmiddels bewezen en er wordt omzet gehaald.
De overgang naar de ‘start-up’ fase wordt bij veel ondernemingen gemaakt nadat de eerste verkopen hebben plaatsgevonden. Hiermee worden de risico’s die aan een investering in de onderneming verbonden zijn kwantificeerbaarder voor investeerders. Met het groeien van een onderneming verschuift het risico voor investeerders van de moeilijk kwantificeerbare ideeën van de ondernemer naar beter kwantificeerbare ondernemingskenmerken.

Love money

Deze verschuiving van focus op de kwaliteiten van de ondernemer naar de kwaliteiten van de onderneming is terug te zien in de volgorde die doorgaans wordt gehanteerd in het aantrekken van vreemd kapitaal. Het patroon dat startende bedrijven in hun financiering volgen is weergegeven in grafiek 1.

Grafiek 1

In de ‘seed’ fase financiert de ondernemer zijn activiteiten vooral met eigen geld. Een logische volgende stap is het aantrekken van de eerste vorm van informele financiering; financiering door de zogenaamde FFF: Family, Friends en Fans. Het kapitaal dat door deze groep bekenden wordt verschaft wordt ook wel ‘love money’ genoemd. Omdat de directe omgeving de ondernemer kent en dus zijn kwaliteiten kennen zullen zij het risico op een investering lager inschatten dan een onbekende derde. Door dit lager ingeschatte risico is de investeringsbereidheid onder deze groep ook groter.

Wong en Ho (2007) vinden in hun artikel bewijs voor dit effect. Dit verschijnsel is volgens de onderzoekers gebaseerd op de ‘Socio-Psychological Theories of Interpersonal Trust’. Dit is echter niet de enige reden voor verwanten om te investeren. Klyver, Lindsay, Kassicieh & Hancock (2017) vinden in hun artikel dat altruïstische motieven ook een belangrijke motivatie voor een investering door FFF vormen, hier wordt later verder op ingegaan.

Business Angel financiering of formeel financieren

Voor de volgende stap in de zoektocht naar kapitaal staat de ondernemer voor een keuze; het aantrekken van kapitaal via een formele of onbekende informele investeerder. De formele wegen om kapitaal aan te trekken zijn bekender. De eisen vanuit het due diligence onderzoek die aan formeel durfkapitaal gesteld worden zijn echter gebaseerd op de ondernemingskenmerken, welke voor start-ups vaak nog niet de volle potentie van de onderneming weergeven.

Het is ook moeilijker om in een vroeg stadium formele financiering te krijgen omdat dit type investeerder een voorkeur heeft voor investeringen met een lager risico en voor omvangrijkere investeringen. Er is sprake van een funding-gap tussen de formele investeerdersmarkt en start-ups die op zoek zijn naar kapitaal. Het zoeken naar een onbekende informele investeerder biedt daarom voor veel start-ups een oplossing.

Dit type investeerder is bereid een deel van zijn eigen vermogen in de onderneming te investeren als hij overtuigd is van de eerste resultaten van de onderneming en de kwaliteiten van de ondernemer.
Daarbij komt dat het verwachte rendement van informele investeerders gelijk is aan dat op de formele kapitaalmarkt; deze groep investeerders is kennelijk bereid een groter risico te nemen op een gelijk rendement.
Dit suggereert dat dit type investeerder andere motieven heeft dan alleen winstmaximalisatie.

Investeerders binnen de informele investeringsmarkt worden vaak Business Angels genoemd. Het zijn (oud-)ondernemers of ze hebben een hoge management positie gehad. Ze investeren in bedrijven binnen hun interessegebied. In de meeste gevallen zijn ze bereid om naast hun investering de onderneming ook van advies te voorzien. Deze kennis kan een waardevolle toevoeging zijn binnen een startende onderneming. Het aantrekken van deze investeerders is niet eenvoudig omdat informele investeerders vaak onzichtbaar willen blijven voor de grote massa. De markt voor informele financieringen kenmerkt zich door een grote informatie asymmetrie. Ondanks de moeilijkheden in het vinden van informele investeerders is dit vaak de meest aantrekkelijke optie voor een start-up.

Onder formeel financieren wordt het investeren door institutionele investeerders van durfkapitaal verstaan. Dit kunnen Venture Capital- en investeringsfondsen zijn maar ook banken. Onder informeel financieren vallen de investeringen die zonder tussenkomst van een institutionele investeerder plaatsvinden. Het verschil tussen beide investeringsvormen ligt in de oorsprong van het kapitaal.

Motieven voor informele investeerders

Welke motieven hebben informele investeerders bij het doen van een investering? Zoals eerder al werd genoemd verwachten de meeste informele investeerders een rendement gelijk aan dat van Venture Capital investeringen maar lopen met hun investering een hoger risico. Dit druist in tegen de opvatting dat de mens een ‘homo economicus’ zou zijn die altijd kiest voor winst maximalisatie. Volgens deze theorie zou men altijd investeren in de optie met het hoogste rendement en het minste risico.

Sullivan en Miller (1996) waren de eersten die mogelijke andere ‘decision drivers’ probeerden te achterhalen middels een concept dat in de marketing wereld veel gebruikt wordt; ‘benefit segmentation’. ‘Benefit segmentation’ wordt toegepast op heterogene groepen; door binnen deze heterogene groep onderscheid te maken tussen het waargenomen nut van het product door verschillende subgroepen gebruikers kunnen deze subgroepen specifiek worden getarget in marketing uitingen.

Hetzelfde geldt voor informele investeerders; door binnen de hele populatie informele investeerders verschillende groepen met andere motieven te ontdekken kunnen ondernemers gerichter naar hun doelgroep zoeken. Sullivan en Miller (1996) veronderstellen dat er drie soorten motieven meespelen in een investeringsbeslissing: economische motieven, gericht op winstmaximalisatie, hedonistische motieven, gericht op plezier van het investeren door de investeerder en altruïstische motieven, investeringen gemaakt uit het gevoel iets terug te moeten doen voor startende ondernemers.

Uit hun onderzoek blijkt dat meer dan de helft van de ondervraagden investeert uit overwegend hedonistische of altruïstische motieven. Klyver, Lindsay, Kassicieh & Hancock (2017) vervolgen dit onderzoek naar de motieven voor investeerders. In dit artikel wordt er onderscheid gemaakt tussen investeerders die een band hebben met de ondernemer en investeerders die dit niet hebben.

Dit onderzoek geeft een genuanceerder beeld dan dat van Sullivan en Miller (1996). Klyver, Lindsay, Kassicieh & Hancock (2017) komen tot de conclusie dat altruïstische motieven een grote rol spelen in informele investeringen. Door het onderscheid te maken tussen de overwegingen van bekenden of vreemden van de ondernemer vinden ze dat altruïstische motieven bij bekenden een grotere rol spelen dan bij vreemden. Desalniettemin wordt de investering bij onbekenden voor de investeerder ook voor een groot deel door deze motieven ingegeven.

Informele financieringsmarkt

Binnen de literatuur over informeel financieren is al vaak getracht tot een werkbare, duidelijke indeling van het veld te komen. In 2008 verschenen er twee artikelen met elk hun eigen voorgestelde indeling van het informeel financieren veld. Avdeitichikova, Ländstrom en Månsson (2008) komen tot een indeling (zie figuur 1) waarbij er een onderscheid gemaakt wordt tussen love money (financiering door familie en vrienden), business angels en andere informele investeerders. Het onderscheid tussen love money enerzijds en de overige informele investeerders anderzijds wordt hier en ook in de hierop volgende modellen gemaakt omdat er voor bekenden van de ondernemer andere motieven meespelen bij de investeringsafweging dan bij niet gerelateerden.

Een ander argument is dat investeringen door familie deels gedreven zijn door de familieband en daarom niet voor iedereen beschikbaar zijn. Tevens is het vanuit wetenschappelijk oogpunt moeilijk om wereldwijd één definitie van familie te hanteren omdat de ervaring van familiare banden per cultuur verschilt.

De indeling van Avdeitichikova, Ländstrom en Månsson (2008) is onderscheidend omdat zij de overige groep informele investeerders in twee groepen delen op basis van activiteit; ze beschrijven Business Angels als een groep investeerders die actief betrokken zijn bij hun investering, de overige groep investeerders, die niet actief bij hun investering betrokken zijn beschrijven zij als overige informele investeerders.

Gebaseerd op de indeling van ‘investment drivers’, zoals deze wordt gehanteerd door Sullivan& Miller (1996) zou men kunnen stellen dat Avdeitichikova, Ländstrom en Månsson (2008) informele investeerders zien als investeerders die alleen door economische investeringsmotieven gedreven worden en er bij Business Angels ook altruïstische en hedonistische investeringsmotieven meespelen; ze willen kennis delen en advies geven enerzijds omdat ze het leuk vinden en anderzijds omdat ze de onderneming hiermee verder helpen.

Figuur 1: indeling zoals voorgesteld door Avdeitichikova, Ländstrom en Månsson (2008)

Dit onderscheid op basis van betrokkenheid komt ook voor bij de indeling van Riding (2008) (zie figuur 2). Deze auteur definieert betrokkenheid echter als operationele betrokkenheid en niet als betrokkenheid op strategisch niveau zoals Avdeitichikova, Ländstrom en Månsson (2008) dat doen.

Dit onderscheid maakt hij voor de groep bekenden en de groep niet bekenden van de ondernemer. Interessant aan de indeling van Riding is dat hij als een van de eersten onderscheid maakt in de rol die familie en vrienden na een investering aan nemen; in ander onderzoek ligt de focus vaak alleen op de rol van de niet gerelateerde investeerder.

Door een onderscheid te maken tussen actieve en passieve ‘love money’ investeerders weet Riding inzichtelijk te maken welk deel van dit type investeringen een actieve familie onderneming is (active love money) en welk deel alleen een investering door de omgeving betreft. Riding suggereert dat het investeren voor de eerstgenoemde groep mogelijk ook de creatie of het behoud van een baan betekent en dat investeringsoverweging binnen deze groep hierdoor gedreven wordt. Met het verschil tussen operationeel actief of niet probeert Riding aan de Business Angel kant de operationeel actieve angels van de reguliere business angels te onderscheiden.

Dit type, meewerkende business angel werd eerder door Evanson (1998) beschreven als een Corporate Angel. Deze business angels investeren in een onderneming om er in mee te kunnen werken. Ze missen vaak de spanning van het ondernemen en verlangen ook naar een actieve baan. De groep Angels die door Riding (2008) als ‘passief’ wordt beschreven kan dus weldegelijk een adviserende rol spelen binnen het bedrijf. Deze groep angels met een adviserende rol doet vaak meerdere investeringen en is juist opzoek naar een mogelijkheid tot coaching maar wil niet actief deel uit maken van de onderneming.

Figuur 2: Indeling zoals voorgesteld door Riding (2008)

De indeling die door Business Angel Network Nederland (BANN) gehanteerd wordt kent een splitsing tussen love money en business angels (zie figuur 3). De mate van betrokkenheid bepaalt of de business angel als passief of actief gezien kan worden. Belangrijk in de vergelijking met het systeem van Riding (2008) is dat Riding kijkt naar een operationele rol binnen de onderneming. BANN maakt geen onderscheid tussen adviserende, coachende of operationele rollen; dit wordt allemaal als een actieve business angel rol gezien.

Figuur 3: Indeling zoals gehanteerd door Business Angel Network Nederland (BANN)

Karakteristieken van het informeel financieren in de culturele sector

Op basis van de bestaande indelingen van het informeel financieren komen wij tot een benadering van dit veld voor de culturele sector. Even als in andere indelingen moeten ook binnen de culturele sector love money en financiering door business angels als twee aparte groepen binnen het informeel financieren worden gezien.

Aan deze indeling is een optionele derde groep toegevoegd; crowdfunding oplossingen. Deze manier van financieren valt onder het informele deel van de markt; de investeringsbeslissing ligt immers bij de investeerder zelf. Deze groep is optioneel omdat het verschijnsel crowdfunden ook kan worden gezien als een wevingsmethode voor informeel kapitaal.

Wanneer men het op deze manier beschouwt kunnen leningen die op deze manier worden verkregen ook als leningen van business angels gezien worden. Deze groep investeerders heeft echter geen invloed op de voorwaarden van hun investering, bij love money investeerders en business angel financiering is dit wel het geval. Daarnaast is er bij een crowdfund-investeringen niet de mogelijkheid om naast de financiering ook kennis of ervaring met de onderneming te delen.

Binnen de categorie love money wordt er vanwege fiscale regelgeving onderscheid gemaakt tussen vrienden en familie. De familie band maakt dat deze investeerders in een ander fiscaal regime terecht komen dan vrienden van de ondernemer. Business angels vormen de tweede categorie; in tegenstelling tot de drie eerdergenoemde modellen is deze categorie niet verdeeld in een actieve of passieve groep, omdat de rol van een business angel per investering en per moment kan veranderen. Het gebruiken van een schaal om de mate van betrokkenheid aan te duiden is inzichtelijker.

Figuur 4

Zoals eerder genoemd werd, is het raadzaam om de verschillende groepen naast hun groep, waarin ze op basis van de relatie met de ondernemer worden ingedeeld, in te delen langs een aantal kenmerken. Dit geldt voor de mate van betrokkenheid (niet betrokken, op strategisch niveau betrokken of operationeel betrokken) maar ook voor de investeringsmotieven (economisch, altruïstisch of hedonistisch) en het verwachtte rendement (financieel rendement of impact).

Naar aanleiding van een veelgehoord commentaar in de literatuur over het indelen van business angels naar hun mate van betrokkenheid is er in dit model voor gekozen om een schaalindeling te hanteren. In veel gevallen zal er in informele investeringen door business angels sprake zijn van advies op strategisch niveau aan het begin van de investering of gedurende een aantal kritieke groeifases. Vaak staan business angels startende ondernemers in de culturele sector bij in het aanpakken van hun marketing en financiële plan omdat zij hier zelf ervaring mee hebben en omdat dit als de twee kritische punten in een investeringsbeslissing wordt ervaren.

Ook kan een angel mee willen werken, en dus actief zijn op een operationeel niveau. De eerdere typering van Evanson is hier een voorbeeld van.

Zoals eerder al werd beschreven kunnen er verschillende motieven ten grondslag liggen aan een informele investering. Naast het streven naar winst maximalisatie kan een investeerder ook streven naar het plezier van investeren in een nieuw initiatief maar ook naar iets terug doen voor een andere startende ondernemer. Deze drie motieven kunnen per investering variëren en gelden ook voor love money investeerders. Het herkennen van deze verschillende motieven maakt ook dat investeerders andere risico/rendement afweging maken.

Ondernemers kunnen hier rekening mee houden. Dat een investeerder een overwegend altruïstisch motief heeft moet echter niet verward worden met filantropie. Er wordt door business angels, maar ook door andere informeel investeerders weldegelijk een rendement op hun investering verwacht. De hoeveelheid rendement kan echter variëren. Bij overwegend altruïstische investeringsmotieven kan rendement in de vorm van impact van groter belang zijn waardoor het vereiste financieel rendement lager is.

Het onderzoek naar impact financieren is al in veel sectoren gedaan; de culturele sector vormt in de literatuur nog een hiaat maar impact financieren kan ook hier wordt toegepast. Wanneer een investeerder zoekt naar rendement in de vorm van impact gaat het hem om de impact die hun financiering op de culturele sector heeft. Impact financieren gaat overigens uit van een sterke strategische betrokkenheid van de investeerder. Voor zowel de ondernemer als de investeerder is het bij deze vorm van gewenst rendement van belang om voorafgaan aan de investering de gewenste impact en de bijbehorende KPI’s overeen te komen.

In het uiterste geval vraagt een investeerder geen financieel rendement maar alleen rendement in de vorm van impact over het door hem beschikbaar gestelde bedrag. Impact financieren verloopt verder via een pad dat vergelijkbaar is met andere Business Angel investeringen; investeringen kunnen in worden gedaan in ruil voor een aandelen belang maar ook in de vorm van een lening.

Zoals eerder gezegd is het echter van belang dat de ondernemer en investeerder voorafgaand aan de investering een overeenkomstig beeld hebben van de impact en de evaluatiemethoden die gebruikt wordt om de impact te meten.

Financieringstraject

Hoewel het financieringstraject met een business angel niet volgens een vast proces verloopt, iedere ondernemer en iedere investeerder gaat immers op zijn eigen manier te werk, zijn er wel een aantal achtereenvolgende fasen in een dergelijk traject te herkennen. Paul, Whittam en Wyper (2007) hebben getracht dit in kaart te brengen en herkennen een vijftal fases: de kennismakingsfase, de screening fase, de onderhandel fase, de managing fase en de oogst fase (zie figuur 5).

De eerste drie maken deel uit van de beoordeling van een investeringsmogelijkheid. De auteurs benadrukken in hun artikel dat er gedurende de beoordeling ook teruggegaan kan worden naar eerdere fasen doordat er bijvoorbeeld tijdens de onderhandelingen nieuwe informatie op tafel komt waardoor een ondernemer zijn screening nogmaals wil doorlopen.

Beoordeling van de investering

In de kennismakingsfase zijn er twee belangrijke elementen; het kennisnemen van een investeringsmogelijkheid en de kennismaking tussen ondernemer en investeerder. Vooral dit laatste is erg belangrijk. De ‘zachtere’ kanten van het investeren zoals onderling vertrouwen en een vriendschappelijke verstandhouding zijn bij het informeel financieren veel belangrijkere factoren dan bij het formeel financieren.

Het kennis nemen van een investeringsmogelijkheid bestaat uit het horen over de mogelijkheid, vaak via een persoonlijk of zakelijk netwerk. Vervolgens wordt er meer over de mogelijkheid gelezen in het businessplan. Doorslaggevende factoren in dit proces zijn de kwaliteit van het businessplan, de vaardigheden van de ondernemer en de persoonlijke klik tussen de ondernemer en de investeerder. Indien de kennismaking succesvol verloopt wordt besloten naar een screeningfase over te gaan.

Gedurende de screening zal er in meer detail naar de business plannen gekeken worden. Het businessplan wordt in deze fase vaak nog aangepast na commentaar van de angels op de marketing en finance aanpak. Over het algemeen zijn dit de secties waar een startende ondernemer kennis te kort komt. Ook wordt er door de investeerder in deze fase vaak onderzoek gedaan naar de achtergrond van de ondernemer.

Afspraken over het investeringstraject, de mate van betrokkenheid van de investeerder, maar ook over de verwachte ontwikkeling van de onderneming en milestones hierin worden gedurende deze screeningsfase gemaakt. Een investeerder kan een eenmalige investering doen maar hij kan ook besluiten zijn investering in delen te doen; bij het bereiken van een afgesproken milestone komt er voor de onderneming nieuw kapitaal vrij. Indien een investeerder de impact van zijn investering wil meten zal er ook aan het meten van deze impact aandacht worden besteed tijdens de screening. In deze fase wordt ook bepaald hoe een investeerder, buiten zijn investering, bij kan dragen aan de onderneming. Voor een ondernemer is het van belang om deze betrokkenheid af te stemmen met de business angel. Na een screening volgt het onderhandelen. In de praktijk zijn deze twee fases niet strikt gescheiden; vaak start het onderhandelen al tijdens een screening.


In de onderhandelfase moeten de investeerder en ondernemer het eens worden over een aantal belangrijke zaken. In het geval er kapitaal wordt verstrekt tegen een aandelenbelang voor de investeerder moet de waarde van dit aandelenbelang overeen worden gekomen. Als een investeerder besluit om in vorm van een lening te investeren moet er overeenstemming worden bereikt over het rentepercentage en de duur van de lening. Met het afronden van deze onderhandelingen wordt het assessment traject afgesloten.

Managing en 'oogst'- fase

De managing fase volgt na het bereiken van een overeenstemming over de investering. Veel business angels blijven gedurende hun investering betrokken bij de onderneming. Zoals eerder werd aangegeven kan deze betrokkenheid door de tijd heen variëren en ook de manier waarop een business angel betrokken is kan van investering tot investering verschillen. Ook de investeringstermijn kan sterk uiteen lopen; investeringen worden vaak tussen de twee en zeven jaar aangehouden.

In het geval van een leningsconstructie staat de termijn vast op het moment dat de investering wordt aangegaan. Indien een investeerder een aandeel in de onderneming heeft verkregen hangt het moment van ‘oogsten’ af van de ontwikkeling van de waarde van de onderneming maar ook van de aanwezigheid van een potentiele koper. Business Angels starten een dergelijke investering doorgaans niet met een vaste termijn in gedachte maar groeien met de onderneming mee.

Figuur 5: Investeringsproces zoals opgesteld door Paul, Whittam en Wyper (2007)

Informeel financieren in andere sectoren

In andere sectoren is het informeel financieren als vorm start kapitaal veel verder vervlochten met netwerken waarin deze bedrijven starten. Het bereiken van informele financierders is binnen deze netwerken minder ingewikkeld dan het voor initiatieven buiten deze netwerken is. In dit hoofdstuk wordt een overzicht gepresenteerd van verschillende spelers die in bepaalde sectoren actief betrokken zijn bij start-ups. Dit overzicht dient voor de lezer ter kennisgeving. Later zal er worden gereflecteerd op mogelijkheden die deze initiatieven bieden binnen de culturele sector.

In Nederland is er in de afgelopen jaren veel gedaan ter stimulering van start- ups. Het platform ‘start-up Delta’ is hier een goed voorbeeld van. Dit platform brengt start-ups, investeerders, accelerators, incubators en workspaces (letterlijk) in kaart. Het platform dient als een wegwijzer voor start-ups die op zoek zijn naar financiering, mentoring door (oud) ondernemers, ondernemers netwerken maar ook naar potentiele nieuwe werknemers.

Dit platform is bedoeld voor start-ups uit alle sectoren; een uit inventarisatie blijkt echter dat er hoofdzakelijk tech, agri-food, energy en chemical companies bij aangesloten zijn. Vanuit de culturele sector weten veel start-ups uit de fashion industrie hun weg naar dit platform te vinden, andere sectoren blijven echter achter.

Indien een ondernemer niet wil deelnemen in een incubator of accelerator en toch toegang wil krijgen tot informele financiering kan hij direct contact op proberen te nemen met een business angels via de ‘finder’ op het platform ‘start-up Delta’. Ook kan een initiatiefnemer contact op nemen met Private Bankers. Zij functioneren vaak als tussenpersoon voor business angels en ondernemers. Het contact zoeken met een business angel network biedt echter de grootste kansen op een succesvolle match. Verschillende private bankers zijn ook als Business Angel Netwerk aangesloten bij Business Angel Netwerk Nederland.

Business Angel networks

In de markt voor informeel financieren is er sprake van informatie asymmetrie. Deze asymmetrie wordt deels opgeheven door de introductie van gespecialiseerde netwerken waarin investeringsmogelijkheden gedeeld worden. Uit het onderzoek naar deze netwerken blijkt echter dat het succes van deze netwerken niet onverdeeld is. De meest efficiënte netwerken blijken zich te richten op persoonlijke matching van ondernemingen en investeerders.

In veel landen zijn deze zogenaamde business angel netwerken verenigd in een landelijk netwerk. In Nederland is dit Business Angel Network Nederland (BANN). Nederland kent een twintigtal Business Angel netwerken met elk hun eigen specialisatiegebied; er zijn netwerken die zich op een geografisch gebied richten of een bepaalde sector of een mengvorm van deze twee. Ieder netwerk heeft als hoofddoel het bij elkaar brengen van Business Angels en investeringsmogelijkheden. Dit gebeurt via mailings, bijeenkomsten, pitch-momenten of persoonlijke matching. Er zijn echter ook netwerken die een veel breder spectrum aan services bieden; zo bieden ze hulp of training in het schrijven van business plannen voor startende ondernemers.

In Nederland zijn er nog geen business angel netwerken die zich specifiek op de culturele sector richten. Wel zijn er business angel netwerken die een brede focus hebben waaronder ook fashion & design en de creatieve & entertainment sector vallen.

Toepasbaarheid informeel financieren van de culturele sector

Informeel financieren is een specifieke vorm van investeren en vormt niet het antwoord op alle financieringsvragen in de culturele sector. Omdat deze manier van financieren echter nog onderbelicht is in de culturele sector is hier getracht inzichtelijk te maken bij welk type investeringen informeel financieren een optie zou kunnen zijn. Hierbij moet echter in gedachten worden gehouden dat ieder initiatief en iedere business angel andere kenmerken heeft. De hier genoemde voorbeelden moeten dus als richtlijn en niet als regel worden gezien.

Uit het eerder hoofdstuk bleek dat vooral mode initiatieven informeel financieren al toepassen. De toepasbaarheid van deze manier van financieren zit waarschijnlijk deels in de schaalbaarheid van het eindproduct. Initiatieven met een eindproduct dat repliceerbaar is zijn mogelijk geschikt voor informeel financieren om een aantal redenen.

Allereerst bezitten business angels vaak expertise in marketing; hierdoor kunnen zij een startende ondernemer helpen de zichtbaarheid van hun product te vergroten. Ten tweede is er met een product schaalbaar is winst te behalen omdat er enerzijds meer inkomsten gegenereerd kunnen worden door de meerdere verkopen en anderzijds omdat de kosten per item dalen naarmate er meer items geproduceerd worden. Dit geldt voor voorstellingen maar ook voor geproduceerd werk; bijvoorbeeld design.

Zoals eerder ook al werd beschreven richten business angels zich op een deel van de markt waar formele financiers de risico’s van een investering vaak te groot vinden. Voor de culturele sector geldt dit in mindere mate omdat Cultuur + Ondernemen (maar in het buitenland ook initiatieven als Cultuurinvest (België) en Creative Industry Finance (UK)) een sleutel rol speelt tussen het reguliere formele circuit en risicovolle initiatieven. In onderstaande tabel (tabel 2) is een overzicht opgenomen van welke financieringsbronnen er bij bepaalde mate van risico aangesproken kunnen worden.

In het gedeelte van de tabel met een relatief laag risico is het voor de initiatiefnemer ook mogelijk om zijn financiering via formele wegen rond te krijgen. In het geval er slechts een studie is gedaan bij een niet schaalbare productie en er nog geen andere investeerders aan boord zijn grenst het informeel investeren wellicht aan de filantropie.

Het risico dat de ondernemer minder dan zijn investering terug krijgt uit een dergelijk project is aanzienlijk. De verschil tussen filantropie en informeel financieren ligt echter bij de financiële verwachting die een investeerder bij aanvang van een project heeft. Indien hij er vanuit gaat dat er een rendement kan worden behaalt wordt dit als informeel financieren gezien.

Voor wie is informeel financieren geschikt?

Wanneer een startende onderneming in de culturele sector kapitaal zoekt kan het aantrekken van een business angel voordelen bieden. Angels investeren immers vaak op een moment dat formele financiering nog erg moeilijk te verkrijgen is. Tevens heeft een ondernemer meer zeggenschap over de financieringsvorm en de voorwaarden bij het aantrekken van kapitaal van een business angel.

Het hebben van deze zeggenschap betekent echter wel dat een ondernemer voorafgaand aan zijn zoektocht naar een business angel een goed beeld heeft van het type investeerder dat zijn onderneming verder zou kunnen helpen. Het is raadzaam om vooraf te overwegen welke vorm de financiering het beste kan hebben. Ook is het van belang om een idee te formuleren over de mate van betrokkenheid van de business angel. Het is goed om als ondernemer in kaart te brengen welke expertise en nog aan de onderneming kan worden toegevoegd en met deze wens in gedachten op zoek te gaan naar een investeerder met een geschikt profiel.

Het is dus van belang dat de ondernemer een goed beeld heeft van zijn onderneming en hoe een business angel daar in bij zou kunnen dragen. Tevens is het van belang dat je als ondernemer bereid bent om een dergelijke samenwerking aan te gaan. Indien dit het geval is kan door ontwerpers met een schaalbaar product, of makers van unieke maar potentieel rendabele producties de samenwerking met een business angel worden gezocht.


Pecking order theory

Bij het aantrekken van kapitaal door derden moet een startende ondernemer bedenken welke vorm het aan te trekken kapitaal moet hebben; dit kan in de vorm van uitgifte van aandelen maar een ondernemer kan ook een obligatie uitgeven of een lening aangaan. Tevens is het mogelijk financiering te verkrijgen in een mengvorm zoals een converteerbare obligatie of lening. Volgens de ‘pecking-order theory’ zou de voorkeur die ondernemers hebben in het aantrekken van kapitaal, gerangschikt kunnen worden naar de mate van invloed die de kapitaalverstrekker over het bedrijf krijgt in ruil voor het uitgegeven kapitaal.

Een lening, waarbij de kapitaalverstrekker geen invloed op de bedrijfsvoering heeft zou volgens de theorie de voorkeur hebben boven het verstrekken van een aandelenbelang in ruil voor financiering. Bij startende bedrijven geldt echter een ‘reverse-pecking-order theory’; een ondernemer zou in de startfase van zijn bedrijf een voorkeur hebben voor het uitgeven van aandelen omdat hij hiermee niet onmiddellijk een verplichting heeft om periodiek af te lossen. Bij obligaties en leningen is dit wel het geval. Voor startende ondernemingen is er vaak nog geen sprake van een continue cashflow waardoor een aflossingsverplichting zwaar op een onderneming kan wegen. Deze ‘reverse-pecking-order theory’ is ook terug te zien in de financieringsvormen die historisch gezien de voorkeur hebben zodra er vreemd kapitaal moet worden aangetrokken.

Informele financiers en venture capitalists hebben oorspronkelijk een voorkeur voor het verkrijgen van aandelen en dus het eigen vermogen van een onderneming. In sommige gevallen staan informele investeerders echter ook open voor het verschaffen van vreemd vermogen in de vorm van leningen. Deze vallen even als bankleningen onder het langdurige vreemd vermogen.

Cookiegebruik

Ik accepteer Nee, liever niet