Dossier Fondsen in Nederland

Inhoudsopgave

Een bijzonder groot aandeel in de financiering van kunst en cultuur in Nederland is afkomstig van fondsen. Er zijn vele fondsen in Nederland actief, met uiteenlopende kenmerken, doelstellingen en omvang. Regelmatig komen er nieuwe fondsen bij, houden bestaande fondsen er mee op, fuseren zij met andere fondsen, of veranderen bestaande fondsen hun voorwaarden of beleid. Ieder fonds heeft zijn eigen verantwoordelijkheden, doelstellingen en werkwijze, en hanteert specifieke voorwaarden en procedures bij het toekennen van financiering. Wie zich goed verdiept in die specifieke kenmerken en aspecten van een fonds, is beter in staat een goede match te vinden en vergroot de kans om met succes een beroep te doen op de middelen van een fonds.

Het is bijna ondoenlijk om een actueel totaaloverzicht te hebben van alle fondsen in Nederland waar je als kunstenaar of culturele organisatie een beroep op kunt doen. Maar er zijn wel verschillende categorieën en soorten fondsen te onderscheiden. Inzicht in die categorieën en soorten helpt je om de fondsen beter te doorgronden en te begrijpen, en vergroot de kans op een succesvolle aanvraag die geld oplevert.

wat zijn fondsen en welke soorten zijn er?

Een fonds is in feite een door iemand bestemde hoeveelheid financiële middelen dat voor een specifiek doel apart is gezet. Als dat doel ‘kunst of cultuur’ is, spreken we in deze Culturele Financieringswijzer van een cultuurfonds, ook al zit het woord cultuur misschien niet eens in de naam van het fonds zelf. Soms hebben fondsen een heel specifiek doel of zijn zij opgericht voor een heel specifieke doelgroep in een bepaalde regio, maar vaak ook hebben fondsen meerdere doelen en zijn ze toegankelijk voor een brede doelgroep in geheel Nederland. Het woord fonds heeft dan niet alleen betrekking op de bestemde financiële middelen zelf, maar staat ook voor de gehele organisatie er omheen, die soms omvangrijk kan zijn, en nog veel meer activiteiten verricht dan het beschikbaar stellen van financiering.

De meeste fondsen verstrekken financieringen in de vorm van geefgeld: donaties, giften of subsidies die niet terugbetaald hoeven te worden. Maar er zijn ook cultuurfondsen die financiering bieden in de vorm van cultuurleningen of garantstellingen.

Wanneer een fonds is opgericht door de overheid (rijk, provincie of gemeente) en gevoed wordt met publiek geld, spreken we van een publiek fonds. Is een fonds opgericht en gevoed door particulieren (personen of bedrijven), dan spreken we van een privaat fonds. Als overheid en private sector samen in een fonds participeren, dan noemen we dat een publiek-privaat fonds.

Private fondsen

Binnen de private fondsen kunnen we onderscheid maken tussen fondsen die zijn opgericht door particulieren en fondsen die door bedrijven of andere organisaties zijn opgericht.

Particuliere fondsen zijn doorgaans onafhankelijke stichtingen die uit belegd vermogen, van derden verkregen gelden, of beide, culturele en/of maatschappelijke projecten financieren. Hiertoe behoren onder meer de familiefondsen, die door families in het leven zijn geroepen. Denk aan de Turing Foundation opgericht door Pieter en Francoise Geelen of de Janivo Stichting opgericht in 1979 door advocaat en ondernemer mr. J. H. de Pont.

Binnen de particuliere fondsen onderscheiden we allereerst de zuivere vermogensfondsen (bijvoorbeeld het Niemeijer Fonds). Het vermogen van deze fondsen is voor het grootste deel afkomstig van nalatenschappen en/of schenkingen van families, bedrijven of individuen. Bij een zuiver vermogensfonds wordt het vermogen zelf niet uitgekeerd, maar alleen het rendement wat op dat vermogen wordt gegenereerd, zoals rentebaten of beleggingsinkomsten. Zuivere vermogensfondsen doen geen actieve fondsenwerving, in tegenstelling tot de geld wervende fondsen. Dat zijn fondsen die actief gelden werven bij particulieren of bedrijven voor het culturele doel dat zij ondersteunen, waarna het fonds die middelen weer uitkeert aan specifieke projecten en activiteiten binnen die doelstelling. Daarnaast onderscheiden we als mengvorm de hybride fondsen, die zowel middelen hebben verkregen in de vorm van vermogen dat zij in stand houden, als middelen uit fondsenwerving. Tot de hybride fondsen behoort bijvoorbeeld het Prins Bernhard Cultuurfonds. De brancheorganisatie voor zuivere vermogensfondsen en hybride fondsen is de Vereniging van fondsen in Nederland, de FIN.

Binnen de private fondsen bestaan de zogenaamde fondsen op naam. Een fonds op naam is particulier vermogen dat voor een specifiek doel ondergebracht is bij een groter fonds, zonder dat daar een aparte stichting voor is opgezet. Voorbeelden van grote fondsen die de kleinere fondsen op naam beheren zijn het Oranje Fonds of het eerder genoemde Prins Bernhard Cultuurfonds.

De bedrijfsfondsen of corporate foundations zijn fondsen die door bedrijven in het leven zijn geroepen en door hen ook van middelen zijn of worden voorzien. Bij deze fondsen kan de grens tussen donatie en sponsoring vervagen. Bij sponsoring spelen er andere belangen dan bij een donatie. Sponsoring is een commerciële keuze van het bedrijf, waarvoor het bedrijf media-aandacht als tegenprestatie krijgt, terwijl bij donaties de ideële redenen centraal staan om projecten te steunen. Voorbeelden van bedrijfsfondsen zijn: het ABN AMRO cultuurfonds en het Job Dura Fonds.

Een bijzonder soort fondsen met bedrijfsmatige inslag zijn de uitvoeringsfondsen van de Loterijen. De loterijen in Nederland zijn verplicht een substantieel deel van hun inkomsten aan goede doelen te geven en hebben daarvoor fondsen ingericht. Met een gemiddeld donatiebedrag van 175 miljoen euro per jaar zijn zij verreweg de grootste individuele geldverstrekkende partijen in Nederland. De BankGiro Loterij is dé cultuurloterij van Nederland, die samen met het Bankgiro Loterij Fonds zo veel mogelijk mensen wil laten kennismaken met kunst en cultuur.

Fondsen die gelden werven bij particulieren kunnen zich onder voorwaarden kwalificeren voor de zogeheten ANBI-status. Daarmee wordt het formeel een ‘Algemeen Nut Beogende Instelling’. Dat biedt bepaalde belastingvoordelen bij erven en schenkingen. Als je als kunstenaar of instelling geld ontvangt van een fonds dat over een ANBI-status beschikt, en je hebt zelf geen (culturele) ANBI-status (hetgeen voorbehouden is aan instellingen die aan bepaalde voorwaarden voldoen- zie hier en hier de voorwaarden) hoef je daar geen schenkingsrecht over te betalen. Zie meer hierover in ons dossier De fiscale voordelen van geefgeld.

Sinds 2014 moeten ANBI’s voldoen aan de publicatieplicht. Dit kan op hun eigen website of op een online platform (bijvoorbeeld de Kennisbank Filantropie) dat deze dienst aanbiedt. Vermogensfondsen moeten een staat van baten en lasten publiceren met een overzicht van de voorgenomen bestedingen, voorzien van een toelichting. En een activiteitenverslag en verkort beleidsplan. Op deze manier is nog meer bekend over fondsen met een ANBI-status dan voor 2014 het geval was. Hiervan kun je als kunstenaar of instelling bij je oriëntatie op fondsen gebruik maken.

Hoeveel particuliere fondsen Nederland precies telt is onbekend. Het Erasmus Center for Strategic Philantropy heeft in het onderzoek Filantropische Fondsen in Kaart 935 vermogensfondsen geïdentificeerd van in totaal 2.150 filantropische fondsen in Nederland. Hiervan benoemen 286 het thema cultuur en 95 het thema kunst in hun missie/strategie/doelstellingen.

Hetzelfde onderzoek geeft aan dat kleine fondsen relatief meer geven aan cultuur terwijl grote fondsen juist meer voor kunst kiezen. De grootste fondsendichtheid vinden we in de Randstad en in Friesland. Door fondsen gevestigd in de grote steden wordt een groter bedrag gedoneerd dan door het totaal van de fondsen dat daarbuiten is gevestigd. Het percentage fondsen met een ANBI-status, die op die grond bij de Belastingdienst staan ingeschreven, wordt geschat op 89%.

Overheidsfondsen of publieke fondsen

Overheidsfondsen, oftewel publieke fondsen, zijn ingesteld door de overheid, hetzij landelijk, hetzij regionaal (door provincie of gemeente).

De belangrijkste publieke cultuurfondsen zijn de zes rijkscultuurfondsen die zijn ingesteld door de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW). Dit zijn de cultuurfondsen die de rijkssubsidies verstrekken aan makers, gezelschappen, instellingen, producties en andere aanvragers. Elk fonds richt zich op een ander kunst- en cultuurgebied.

De zes rijkscultuurfondsen bedienen elk verschillende disciplines:

De rijkscultuurfondsen hebben van de minister de bevoegdheid en verantwoordelijkheid gekregen om te beslissen over de toekenning van de rijkssubsidies. Zij beogen met hun bijdragen voor dynamiek en vernieuwing in de cultuursector te zorgen en een voor kunst ontvankelijk productie- en presentatieklimaat te bevorderen. Zij hebben verschillende manieren om aanvragers te ondersteunen, bijvoorbeeld met projectsubsidies, beurzen en werkbijdragen. Voor het beoordelen van de aanvragen die binnenkomen hebben de rijksfondsen in de regel commissies van deskundigen ingesteld. De subsidieregelingen en programma’s die de rijkscultuurfondsen uitvoeren veranderen regelmatig. Actuele informatie over de cultuursubsidies van het Ministerie van OCW kun je vinden op de website: www.cultuursubsidie.nl. Daar is tevens een infographic van de culturele basisinfrastructuur (afgekort BIS) te downloaden. En/of lees ons dossier Subsidies.

Ook op provinciaal en gemeentelijk niveau zijn er tal van publieke fondsen die financiering verstrekken voor cultuur in de desbetreffende regio. Zo verdeelt het Amsterdams Fonds voor de Kunst (AFK) het leeuwendeel van de kunst- en cultuursubsidies van de gemeente Amsterdam en ondersteunt Cultuurfonds Almere kunstenaars en culturele organisaties in de gemeente Almere. Stichting Kunstloc Brabant verstrekt onder andere de provinciale impulsgelden, een subsidieprogramma om vernieuwende culturele initiatieven in de provincie Noord-Brabant te ondersteunen. De Kunstraad Groningen is een zelfstandige stichting die diverse budgetten van de gemeente Groningen én de provincie Groningen beheert op het gebied van de kunsten.

De laatste tijd zien we binnen de lokale fondsen veel nieuwe initiatieven. Hierbij is ook een nieuw type vermogensfonds ontstaan, waarbij overheid en de particuliere sector elkaar hebben gezocht en gevonden. Cultuurfonds Leiden is zo’n publiek-privaat initiatief van Fonds 1818, de Kamer van Koophandel en Gemeente Leiden. Het Cultuurfonds Leiden profileert zich niet als traditioneel subsidieloket, maar als een investeringsfonds.

Een ander hybride fonds op lokaal niveau is de Stichting Cultuurfonds Tilburg, dat is opgericht als een crowdfundingplatform, waarbij de gemeente lopende initiatieven met een bijdrage ondersteunt. Bij een andere categorie wordt het publieke geld in een extern fonds geplaatst. Deze fondsen zijn erop gericht om de besluitvorming op afstand van de politiek te zetten. Dit type fondsconstructie is bijvoorbeeld in Houten, Stichtse Vecht en Hattem te herkennen.

meer lezen

hoe werken fondsen?

Wat betreft de werkwijze van fondsen kunnen we drie soorten onderscheiden:

  1. Passieve fondsen
    Passieve fondsen behandelen voornamelijk aanvragen die hun per post of e-mail bereiken. In hun jaarverslagen noemen zij doorgaans hun beoordelingscriteria. Systematische evaluatie van gesteunde projecten en eigen programma’s heeft meestal geen prioriteit, dit soort fondsen financieren de beste aanvragen die hen bereiken.
  2. Proactieve fondsen
    Proactieve fondsen communiceren actiever dan passieve fondsen welke doel- stellingen zij nastreven, onder andere via jaarverslagen, websites, brochures, folders en andere middelen. Proactieve fondsen proberen via hun projectmanagers of -adviseurs goede projecten en organisaties te vinden. Vaak formuleren proactieve fondsen nader omschreven programma’s, of clusters van onderwerpen, waarbinnen zij donaties ter beschikking stellen. Dikwijls stellen zij belang in het actief vergaren van kennis via hun netwerk, en staan zij ervoor open de opgedane kennis met anderen te delen. Proactieve fondsen financieren de beste projecten en organisaties die ze kunnen vinden.
  3. Voorschrijvende of gebiedende fondsen
    Voorschrijvende of gebiedende fondsen formuleren specifieke doelstellingen en criteria en verwachten van hun projectmanagers of -adviseurs dat zij duidelijk afgebakende werkgebieden benoemen en hun activiteiten daarop afstemmen. Aanvragen dienen in een strak format te worden aangeleverd. Vaak nodigt men organisaties of individuen uit een aanvraag in te dienen. Dit soort fondsen wordt sterk beleidsmatig gerund. (BRON: J.L. Orosz, 2004, uit: ‘Handboek Cultureel Ondernemen’)

De doelstelling van een fonds kan ook van belang zijn voor de werkwijze van fondsen. Zo kan er onderscheid gemaakt worden tussen fondsen met een brede doelstelling, gericht op verschillende aandachtsgebieden, zoals het VSBfonds en DOEN, en de gespecialiseerde fondsen, die een speciale doelgroep of een specifiek aandachtsgebied hanteren. Van de laatste categorie zijn het Josine de Bruyn Kops Fonds, dat vrouwelijk beeldend kunstenaars tot 35 jaar ondersteunt, en het Nationaal Fonds Kunstbezit, dat zich inzet voor kunst van evident en eminent belang voor het Nederlands openbaar kunstbezit, voorbeelden. Verder kunnen nog fondsen worden onderscheiden die zich richten op een bepaald geografisch werkgebied, bijvoorbeeld het AMVJ Fonds voor Amsterdam of het Elisabeth Strouven Fonds voor Maastricht en omgeving.

Fondsen zijn doorgaans vooral geïnteresseerd in nieuwe projecten en startende organisaties. Innovatie is voor veel fondsen een belangrijke beleidsdoelstelling, hoe breed dit begrip ook is. Fondsen associëren innovatie soms met nieuwe ‘best practices’, methodiekontwikkeling of nieuwe vormen van samenwerking tussen verschillende organisaties. Soms wordt onder innovatief gewoon een goed geïmplementeerd project verstaan.

In de regel zijn fondsgelden bij uitstek geschikt om aanloopkosten van nieuwe projecten of organisaties te financieren, de financiering van reguliere organisatie- en exploitatiekosten sluiten de meeste fondsen in hun donatiebeleid uit. Donaties van fondsen worden daarom wel ‘zacht geld’ genoemd, omdat hun bijdragen vaak eenmalig en dus niet voor herhaling vatbaar zijn, tenzij de aanvraag op een ander project betrekking heeft. Het donatievolume waarover fondsen op jaarbasis beschikken varieert van enkele tienduizenden euro’s tot meer dan 30 miljoen euro.

Opvallend is dat meer en meer fondsen zich richten op cultureel ondernemen, en in dit kader ook middelen ter beschikking stellen aan culturele instellingen om eigen inkomsten te gaan genereren, al dan niet in de vorm van een bedrijf. Voorhoedefondsen in deze zijn bijvoorbeeld het VSBfonds, de VandenEnde Foundation en DOEN. Deze fondsen hebben een belangrijke impuls aan de ontwikkeling van de kunst- en cultuursector geleverd, en binnen hun aandachtsgebieden het cultureel ondernemerschap bevorderd. Een groeiend aantal fondsen breidt hun investeringsmiddelen uit. DOEN heeft naast het verstrekken van donaties en leningen nu ook de mogelijkheid om te participeren in individuele culturele ondernemingen.

Matchmakers in cultuur is een bijzondere samenwerking tussen het VSBfonds, Fonds voor Cultuurparticipatie en Fonds Podiumkunsten.

Ben je creatief en heb je een idee voor een project? En zoek je hier financiering voor? Of ben je benieuwd bij welk cultuurfonds je met je project het beste terecht kan? Er zijn momenteel acht matchmakers actief in acht middelgrote steden in Nederland. Deze matchmakers informeren je over het werkterrein en de subsidiemogelijkheden van drie cultuurfondsen: VSBfonds, Fonds Podiumkunsten en Fonds voor Cultuurparticipatie.

Als je nog niet bekend bent in de wereld van de cultuurfondsen dan is het mogelijk om een matchmaker bij jou in de buurt te benaderen. Deze matchmaker geeft je meer informatie over de regelingen van de fondsen, maar kan je ook wijzen op andere initiatieven die er al bestaan. Of kan je in contact brengen met de fondsmedewerkers die alles weten over subsidieregelingen. Je vindt de matchmakers in Almere, Heerlen, Tilburg, Eindhoven, Groningen, Arnhem, Utrecht en Den Haag.

waar kun je fondsen voor benaderen?

Fondsen kenmerken zich door een grote variëteit aan doelstellingen en beleid. Deze vraag kan daarom alleen in algemene zin worden beantwoord. Fondsen dragen aan uiteenlopende dingen bij, waaronder:

  • De realisatie van een project;
  • De ontwikkeling en uitvoering van een (meerjaren)programma;
  • Ontwikkeling, research en innovatie;
  • Een transitie- of professionaliseringstraject;
  • Beurzen en stipendia;
  • Aanschaf van middelen;
  • Prijzen (bijv. de Boy Edgar Prijs, Sikkens Prize of de minder bekende Hermine van Bers Beeldende Kunstprijs); zie ook ons dossier Kunst- en cultuurprijzen
  • Specifieke doelen en/of residenties. Zie ook ons dossier Residencies

op welke manier investeren fondsen?

Er zijn meerdere financieringsvormen waar fondsen gebruik van (kunnen) maken. Het meest voorkomende financieringsinstrument van fondsen is de donatie. Het gaat dan doorgaans om een eenmalige schenking. Soms maken fondsen ook een vervolg op een eerder project mogelijk en wordt een donatie een aantal keren herhaald. Er zijn echter ook fondsen die meerjarige donaties geven. Of leningen of een garantstellingen verstrekken zoals Fonds Cultuur+Financiering, Nationaal Restauratiefonds, Fonds Kwadraat, Brabant C of het Blockbusterfonds. In sommige gevallen gebeurt dit ook in combinatie met een donatie.

Een kleine minderheid van de fondsen doen aan ‘ondernemend goed doen’, in de Angelsaksische landen ook wel venture philantropy genoemd. Deze fondsen werken ook met leningen en participaties binnen culturele (of sociale) ondernemingen, zoals DOEN en de Koninklijke Nederlandsche Heidemaatschappij.

De meeste fondsen richten zich op het financieren van projecten. Dat wil zeggen: concreet omschreven activiteiten met een begin en een eind. Vaak is men daarbij gericht op het mede mogelijk maken of aanjagen van vernieuwing, of voorzien in een activiteit of doel dat anderszins – dus zonder de steun van het fonds – niet zomaar zou kunnen worden gerealiseerd.

De financiering van structurele activiteiten of de exploitatie zijn aan de meeste fondsen niet besteed. Tenzij een organisatie om een investering vraagt die leidt tot professionalisering, oftewel het afleggen van een traject van A naar B. Dit soort professionaliseringstrajecten wordt ook wel ‘capacity building’ genoemd. Hiermee wordt de competentieontwikkeling van non-profits aangeduid, gericht op het optimaliseren van hun missie- en/of financiële toekomstbestendigheid. Nederlandse fondsen hebben dit in bepaalde gevallen weleens aangeduid als professionaliseringstrajecten, waarbij organisaties worden ondersteund bij het ontwikkelen van een strategie, het scannen van de organisatie(structuur) op zwakke plekken, het ontwikkelen van bepaalde competenties en het spreiden of aanvullen van de inkomsten.

Bij de meeste particuliere fondsen kunnen alleen rechtspersonen (een stichting of vereniging) een aanvraag indienen. Daarom kiezen ook individuele kunstenaars er vaak voor een rechtspersoon op te richten. De publieke fondsen daarentegen hebben ook regelingen voor het aanvragen van individuele bijdragen. Hiervoor heb je géén rechtspersoon nodig.

Er zijn fondsen die wel individuen ondersteunen. Hieronder volgen een aantal fondsen die hierin zijn gespecialiseerd:

      Beeldende kunst

      Podiumkunsten

      • Stichting Melanie: Deze stichting nodigt zelf theatermakers uit, aanvragen worden niet in behandeling genomen. Het fonds biedt financiële ondersteuning aan professionele theatermakers in Amsterdam en hecht aan inhoud, kwaliteit en originaliteit. Het is bijzonder geïnteresseerd in het ontstaansproces van toneelproducties. Dit uit zich onder meer in het bijwonen van repetities)
      • Sena Muziek productiefonds: gericht op professioneel muzikanten
      • Olland-Buisman Stichting: gericht op jonge podiumkunstenaars
      • Ons Fonds: dit fonds werkt niet op basis van regels en officieel gedocumenteerde aanvragen, maar op basis van wederzijds vertrouwen, gezamenlijke verantwoordelijkheid en het inhoudelijk gesprek wordt een verdeling gemaakt van de beschikbare financiële middelen.

      Overige fondsen

      • Stichting Norma: voor projecten van professionele kunstenaars en culturele organisaties binnen alle disciplines, werkzaam in Nederland.
      • Niemeijer Fonds: gericht op het verstrekken van stipendia (studie)beurzen, leningen aan kunstenaars en het doen van (periodieke) uitkeringen en schenkingen aan artistieke, culturele, levensbeschouwelijke en wetenschappelijke instellingen.
      • Cultural Foundation: financiering voor Europese samenwerkings- en onderzoeksprojecten en internationale reiskosten voor kunstenaars.

      waar vind je fondsen?

      Bij het doen van online deskresearch zijn verschillende fondsen al snel te vinden. Op de volgende websites wordt een overzicht van diverse fondsen gegeven:

      Algemene fondsen

      Fondsen voor specifieke doeleinden

      • DEN subsidiewijzer: overzicht van actuele private én publieke financieringsbronnen voor digitalisering van cultureel erfgoed, en dus niet uitsluitend van subsidiemogelijkheden

      Diverse fondsen hebben op hun website een aparte pagina waarop zij andere fondsen vermelden, zoals bijvoorbeeld stichting Stokroos en VSBfonds.

      waar op te letten bij de werving van fondsen?

      De stappen 1 tot en met 6 uit de Culturele Financieringswijzer helpen bij het werven van financiering voor een project of idee. Klik hier om naar de eerste stap te gaan.

      Het wervingsproces begint met een goed zicht op wat het idee of project precies behelst, waarom het bijzonder of onderscheidend is, voor wie het van (toegevoegde) waarde is, of zou kunnen zijn, enzovoort.

      Daarna begint de oriëntatie op financiers. Verdieping in de fondsen door uit te zoeken in hoeverre zij passen bij het idee of project waar een aanvraag voor wordt gedaan. Het aanleggen van een longlist van fondsen waarin verkend wordt of hun beleid overeenkomt met de projectdoelstellingen is daarbij handig. Neem zo mogelijk contact op met fondsen om erachter te komen of er inderdaad mogelijkheden tot het indienen van een aanvraag zijn, wat de beleidscriteria van het fonds zijn waar de aanvraag op wordt getoetst en eventuele andere zaken waarop wordt gelet bij de beoordeling en wat de behandelingstermijnen zijn die het specifieke fonds hanteert.

      Bekijk hier de tips van de Culturele Avonturiers voor het formuleren van je doelstellingen voor een aanvraag.

      Hoe krijg ik een voet tussen de deur bij een fonds? Lees hier meer over het belang van lobby en relatiebeheer.

      Wanneer je wilt overgaan tot het indienen van een aanvraag, controleer dan goed of het fonds met een (digitaal) aanvraagformulier werkt en welke aanvullende documenten er worden gevraagd. Dit zullen in ieder geval een gedegen projectplan (waarin het ‘wie, wat, waarom, waar, wanneer, hoe, met welk resultaat’ inzichtelijk gemaakt worden), een inzichtelijke begroting en dekkingsplan zijn, aangezien deze drie het fundament voor je aanvraag vormen.


      Klik hier voor vijf tips voor het opstellen van een goede aanbiedingsbrief.

      Niet altijd vraagt de geldgever na afloop van het project om een uitgebreide evaluatie naast de financiële verantwoording. Bij toekenning van een substantiële donatie is een uitgebreidere evaluatie vaak wel een vereiste.

      Raadpleeg het Fondsenboek. Dit is een overzichtelijk naslagwerk van alle fondsen die bekend zijn in Nederland. Er staan honderden fondsen in. Je kunt eenvoudig zoeken op trefwoorden of op regio. Hier zit altijd wel een fonds tussen dat mooi aansluit bij je project.

      Aanvullende tools

      Naast de tool waar je je op dit moment al in bevindt, zijn er nog andere hulpmiddelen waarvan je bij het werven van fondsen gebruik kunt maken. Een redelijk recente tool is de cursus fondsenwerving van het VSBfonds, die zowel in pdf als in de vorm van film-tutorials gratis toegankelijk is op de website van dit fonds.

      Klik hier voor de PDF cursus fondsen werven.

      Klik hier voor de online cursus fondsen werven.

      Cookiegebruik

      Ik accepteer Nee, liever niet