Dossier Cultuurleningen

Inhoudsopgave

Wat is een cultuurlening?

Wie geld nodig heeft, kan een lening afsluiten. Maar let op! Een lening moet je terugbetalen en ‘geld lenen kost geld’ in de vorm van rente, en dat kan bij commerciële geldverstrekkers soms fors oplopen. Daarom moet je altijd goed nadenken of je de lening inderdaad wel kunt terugbetalen en of je de rentebetalingen kunt voldoen. Dat geldt zeker in kunst en cultuur, want daar zijn de rendementen meestal laag en de risico’s hoog. Je kunt niet zomaar overal terecht voor een lening tegen gunstige condities. Daarom is de cultuurlening bedacht. Dat is een lening die specifiek is toegesneden op de praktijk en behoeften van kunstenaars, creatieven en culturele instellingen. De specifieke kenmerken en voorwaarden maken een cultuurlening aantrekkelijker en toegankelijker voor de culturele sector dan een gewone of commerciële lening. Je kunt dan denken aan een lage rente of zelfs rentevrije leningen, weinig of geen gevraagd onderpand, soepele terugbetalingsafspraken, bijzondere looptijden, training en coaching op maat, enzovoorts.

voor wie is een cultuurlening geschikt?

Een cultuurlening is ‘tijdelijk geld’: het stelt je in staat om nú uitgaven te doen, die je in een later stadium gaandeweg terugverdient. De cultuurlening is dus vooral geschikt voor uitgaven, projecten of investeringen in de culturele sector die zichzelf kunnen terugverdienen om daarmee de lening terug te betalen. Denk bijvoorbeeld aan de aanschaf van apparatuur of instrumenten, het bekostigen van een atelier- of lesruimte, investeringen in een nieuw idee of project, kosten voor het vergroten van je publieksbereik zoals marketing en communicatie, het ontwikkelen van sample-materiaal of prototypes, enzovoorts. Kortom: geschikt voor uitgaven en investeringen die bijdragen aan je dagelijkse praktijk, professionaliteit en cultureel ondernemerschap.

Ook kan een cultuurlening nuttig zijn als je reeds toegezegde inkomsten ‘naar voren wilt halen’. Bijvoorbeeld een toezegging van een opdrachtgever, een sponsor, een fonds of subsidie, of een uitkoopsom. De cultuurlening geeft dan de ruimte om meteen al aan de slag te gaan. Dat maakt de cultuurlening geschikt voor alle disciplines in kunst en cultuur en voor alle soorten uitgaven waarvan ‘de kosten voor de baat uitgaan’. In principe kan elke kunstenaar, culturele organisatie of creatief gebruik maken en voordeel hebben van een cultuurlening. De precieze voorwaarden waaraan je moet voldoen, worden bepaald door de organisatie die de cultuurleningen aanbiedt.

Omdat een cultuurlening ‘tijdelijk geld’ is, komt deze nooit in de plaats van inkomsten zoals een subsidie, geefgeld van particulieren, publieksinkomsten of sponsoring. Een cultuurlening is wél een aanvulling op dit soort inkomsten. Of beter nog: een aanjager van inkomsten. Want een cultuurlening stelt je in staat om juist die andere inkomsten op gang te brengen, naar voren te halen of te vergroten. Een extra investering in publieksbereik en marketing bijvoorbeeld, verhoogt je perspectief op publieksinkomsten. Een investering vóóraf in een goed instrument, technische apparatuur, atelier- of werkruimte stelt je in staat om je werk (beter) te doen, zodat je je publiek, klanten of opdrachtgevers betere kwaliteit kunt bieden, als basis voor inkomsten en (betaalde) opdrachten.

welke cultuurleningen zijn er verkrijgbaar?

Cultuurleningen worden door verschillende organisaties aangeboden, met verschillende doelstellingen en kenmerken. Zo geeft het Nationaal Restauratiefonds al vele jaren leningen met lage rente uit voor restauraties van monumenten en cultureel erfgoed. Ook dat zijn in feite cultuurleningen, voor een specifiek cultuursegment. Bekende aanbieders van cultuurleningen voor kunst, cultuur en creatieven zijn Fonds Cultuur+Financiering (een landelijk dekkend initiatief van Cultuur+Ondernemen, met cultuurleningen voor alle disciplines in kunst en cultuur), Brabant C (voor grotere culturele projecten in Noord Brabant), het Blockbusterfonds (voor evenementen met grote publiekspotentie) en Fonds Kwadraat (voor kleinschalige financiering van het ontwikkelen, maken en presenteren van nieuw werk). Maar ook sommige banken bieden specifieke cultuurleningen aan, bijvoorbeeld Triodos Bank, met daar achter garantstellingen van overheden of maatschappelijke organisaties zoals rijksoverheid, gemeenten en Fonds Cultuur+Financiering. Daarnaast geven ook gemeenten of provincies zelf incidenteel leningen op maat uit voor culturele investeringen, met specifieke, doorgaans soepele voorwaarden. Hieronder bespreken we de nu gangbare cultuurleningen van de landelijk dekkende organisaties.

Blockbusterfonds

Het Blockbusterfonds (http://www.blockbusterfonds.nl/) verstrekt leningen of garantiebijdragen voor bijzondere culturele initiatieven met ‘blockbusterpotentie’, die gericht zijn op een groot en breed publiek. Een (renteloze) lening van het Blockbusterfonds kan worden ingezet om extra marketinginspanningen te financieren. Daarmee kan een groter publiek bereikt worden en een hogere opbrengst worden gerealiseerd. De lening dient achteraf te worden terugbetaald vanuit de (extra) bezoekersinkomsten. Een garantiebijdrage kan zekerheid bieden voor onverhoopte financiële tegenvallers in de uitvoering van het project. Alleen projecten die naar het oordeel van het Blockbusterfonds inhoudelijk en zakelijk van hoge kwaliteit zijn kunnen in aanmerking komen voor een bijdrage. Het Blockbusterfonds is in 2012 opgericht door de VandenEnde Foundation, het Prins Bernhard Cultuurfonds, VSBfonds en de BankGiro Loterij.

Fonds Cultuur+Financiering

Fonds Cultuur+Financiering (https://www.fondscultuurfinanciering.nl/ ) verstrekt cultuurleningen op maat tegen lage rentes en biedt garantstellingen op financieringen, voor investeringen van kunstenaars, culturele organisaties en creatieven in de culturele beroepspraktijk en bedrijfsvoering. Daarmee vergroot het Fonds voor de culturele en creatieve sector de toegang tot financiering. Fonds Cultuur+Financiering, een stichting zonder winstoogmerk, is opgericht door Cultuur+Ondernemen en werkt nauw samen met overheden en andere fondsen. Fonds Cultuur+Financiering biedt vier financiersproducten aan:

  • De Talentlening cultuur: cultuurleningen met 3% rente tot maximaal € 40.000 voor investeringen in culturele talentontwikkeling, -verbreding en -ontplooiing.
  • De Regionale Cultuurleningen: 3%-cultuurleningen voor investeringen in culturele projecten, evenementen en initiatieven in specifieke regio’s (bij de aangesloten gemeenten of provincies). De maximale hoofdsom loopt € 60.000, afhankelijk va de regio.
  • Microkredieten Cultuur, voor culturele projecten die niet onder de Regionale Cultuurleningen of Talentleningen vallen.
  • Culturele Garantstellingen op bancaire financieringen voor culturele projecten, organisaties en investeringen.

De Talentlening is landelijk dekkend verkrijgbaar. Regionale Cultuurleningen zijn er momenteel voor Amsterdam, Rotterdam, provincie Utrecht en de drie noordelijke provincies Drenthe, Friesland en Groningen. In 2019 sluit ook provincie Gelderland hierbij aan.

Om in aanmerking te komen voor een Cultuurlening van Fonds Cultuur+Financiering moet je allereerst aantonen dat je professioneel actief bent in de kunst- en cultuursector of creatieve industrie. Daarvoor wordt gekeken naar zaken als opleiding (bij individuen), statutaire doelstelling (bij organisaties), track record (eerdere projecten of aanvragen, opdrachten, prijzen), of referenties. Als je tot de professionele doelgroep behoort, ligt vervolgens het accent vooral op de financiële beoordeling van je aanvraag, om vast te kunnen stellen of de cultuurlening wel verantwoord is en terugbetaald kan worden: wat zijn de kosten (nu) en de baten (straks) van de investering of het project, welke scenario’s zijn er, en wat zijn de terugvalopties. Bij aanvragen van grotere omvang zijn de financiële risico’s overeenkomstig groter en moet dus ook het financiële plan scherper worden uitgelijnd en meer in detail zijn doordacht.

Bij de cultuurleningen van Fonds Cultuur+Financiering denken de adviseurs van Cultuur+Ondernemen vaak mee met de aanvrager. Ook bestaat de mogelijkheid deel te nemen aan de meer uitgebreide trainings- en begeleidingsprogramma van Cultuur+Ondernemen, in sommige regio’s tegen een sterk gereduceerd tarief. De kerngedachte achter dit zogenoemde “Lenen en Trainen-programma” is dat kunstenaars en culturele organisaties voor het terugverdienen van de cultuurleningen vaak aangewezen zijn op hun vermogen om te ondernemen. Hoe zet je je creatieve kapitaal om in economische waarde? Met de versterking van ondernemende competenties en vaardigheden vergroot je je potentieel en terugverdienvermogen, en investeer je in de toekomst van jezelf en je onderneming.

Praktijkvoorbeelden van cultuurleningen van Fonds Cultuur+Financiering staan op https://www.cultuur-ondernemen.nl/ervaringsverhalen/cultuurlening.

Fonds Kwadraat

Fonds Kwadraat biedt talentvolle kunstenaars en ontwerpers de mogelijkheid een rentevrije lening tot € 8.000 af te sluiten voor het ontwikkelen, maken en presenteren van nieuw werk. Eindexamenstudenten van kunst- en designacademies kunnen een lening van maximaal € 800 aanvragen. Ook kleine kunstinstellingen kunnen bij Fonds Kwadraat terecht.

Een lening van Fonds Kwadraat kan worden gebruikt voor een expositie in binnen- of buitenland, een publicatie, de aanschaf van apparatuur of gereedschap, een nieuwe website, deelname aan een artist-in-residency, enzovoort. Met een relatief klein bedrag kunnen kunstenaars vaak een grote stap zetten.

Een rentevrije lening geeft kunstenaars meer armslag en de mogelijkheid om professioneel en artistiek te groeien. Een lening van Fonds Kwadraat (https://fondskwadraat.nl/ ) wordt in maximaal drie jaar in maandelijkse termijnen afgelost. Als het bedrag hoger is dan € 5.000 is een borgstelling vereist. Studenten hebben altijd een borgstelling nodig voor het gehele leenbedrag. Bij een bedrag lager dan € 3.500 is de aflossingstermijn korter. De eerste aflossing is ongeveer twaalf weken nadat het geld beschikbaar is gesteld. Sneller aflossen is altijd mogelijk. Bij het afsluiten van de lening betaal je eenmalig administratiekosten. Deze worden meteen bij het aangaan van de lening verrekend.

Fonds Kwadraat is in 1971 opgericht voor en door kunstenaars. Eind jaren zestig pleitte beeldhouwer Karel Kneulman bij het toenmalige ministerie van Cultuur en Wetenschappen voor een leningenfonds speciaal voor beeldhouwers. Met een rentevrije lening konden beeldhouwers hun gipsen beelden in brons laten gieten om ze vervolgens te verkopen aan overheden, bedrijven en particulieren. Zo is het Materiaalfonds ontstaan, de voorloper van Fonds Kwadraat. Later werden ook ontwerpers aan de doelgroep toegevoegd. Omdat deze leningen voor meer dan alleen materiaal bestemd zijn, is in 2015 de naam veranderd van Materiaalfonds in Fonds Kwadraat, wat staat voor de vermenigvuldiging van kapitaal. Een bedrag wordt uitgeleend en komt terug, zodat het opnieuw kan worden uitgeleend voor een ander project.

wat maakt een cultuurlening interessant?

In een sector die van oudsher gedomineerd wordt door geefgeld (subsidies of mecenaat), ligt het accent sterk op kostenbesparing, artistieke selectie vooraf en verantwoording achteraf, en veel minder op investeren of groei. Bij een cultuurlening is het precies andersom. Een lening biedt de mogelijkheid om te investeren, zodat toekomstig inkomen verworven kan worden uit je culturele en artistieke activiteiten. En om bijvoorbeeld toekomstige inkomsten of bijdragen van anderen voor te financieren, zodat je nu al aan de slag kunt. De artistieke selectie en gedetailleerde verantwoording vooraf en achteraf is bij een cultuurlening minder van belang, als je de cultuurleningen maar verantwoord inzet voor je professionele praktijk en weer netjes terugbetaalt. Dat maakt de cultuurlening geschikt voor een brede doelgroep, en voor allerlei soorten bestedingsdoelen.Daarmee is de cultuurlening een interessant onderdeel in de financieringsmix, naast en in aanvulling op de meer gebruikelijke inkomstenbronnen. Tegenover het ‘nadeel’ dat je een lening moet terugbetalen, staan de volgende specifieke voordelen:

  • Het levert de middelen op om direct te investeren in een project, activiteit of culturele onderneming en om plannen in de praktijk waar te maken.
  • Het levert focus op het ondernemerschap en op het nadenken over het eigen verdienmodel en het verzilveren van je culturele waarde bij publiek en andere stakeholders.
  • Het zorgt voor financiële ruimte om te kunnen laten zien wat je kan, en ruimte voor groei: in mogelijkheden en positie, in opdrachten, in zelfvertrouwen.
  • Het levert waardering en vertrouwen op bij andere financiers die overwegen bij te dragen, en helpt om verschillende inkomstenbronnen aan te boren
  • Het zorgt voor artistieke vrijheid, flexibiliteit en onafhankelijkheid: tegenover de plicht om de lening terug te betalen staan veel minder regels over de specifieke besteding dan bij subsidies, en niet alles hoeft verantwoord te worden.
  • Elke terugbetaalde cultuurlening zorgt ervoor dat een ander ook weer kan lenen. Zo maakt elke leningnemer die terugbetaalt de volgende cultuurlening mogelijk voor een collega. Het is ronddraaiend geld voor de culturele sector.

waar kan je een cultuurlening voor gebruiken?

Hiervoor stelden we al dat een cultuurlening breed inzetbaar is in alle disciplines, als je maar overtuigd bent van je terugverdienvermogen en aannemelijk kunt maken dat je de cultuurleningen weer kunt terugbetalen. Je kunt de cultuurlening dus gebruiken voor uitgaven, projecten of investeringen die bijdragen aan je dagelijkse praktijk, professionaliteit en cultureel ondernemerschap en die zich zelf kunnen terugverdienen. Dat is heel breed en niet in een uitputtend lijstje te vangen.Als je in categorieën denkt van bestedingen die je perspectieven verbeteren, en daarom goede bestedingsdoelen zijn voor een cultuurlening, dan zouden dat de volgende kunnen zijn:

  • Uitgaven voor de concrete ontwikkeling van een idee of project
    Bijvoorbeeld: samples, demo’s, prototypes, proefexemplaren die je kunt inzetten om beter zichtbaar te zijn voor je publiek of afnemers.
  • Aanschaf van technische apparatuur, instrumenten of productiemiddelen
    Bijvoorbeeld: lichtapparatuur, film- of fotocamera, geluidsinstallaties, specialistische computers, muziekinstrumenten, machines, transportfaciliteiten.
  • Voorfinanciering van toekomstige inkomsten
    Bijvoorbeeld: voorfinanciering van toegezegde fondsbijdragen, uitkoopsommen, sponsorbijdragen, subsidies, voorintekeningen, abonnementen.
  • Uitgaven voor het vergroten van publieksbereik
    Bijvoorbeeld: marketing en communicatie, website, campagne, drukwerk.
  • Uitgaven om beter zichtbaar te worden voor opdrachtgevers, intermediairs of podia
    Bijvoorbeeld: deelname aan beurzen, exposities, presentaties, publicaties, ontvangsten.
  • Uitgaven voor opschaling en professionalisering
    Bijvoorbeeld: opschalen bedrijfsvoering, investering in publieksmanagement
  • Uitgaven voor werkruimtes, speellocaties of ateliers
    Bijvoorbeeld: lesruimtes, isolatie, dansvloer en spiegels, voorzieningen voor groepen.
  • Uitgaven om jouw idee, project of product aantrekkelijker of beter toegankelijk te maken voor je publiek
    Bijvoorbeeld: ontvangstvoorzieningen, horecavoorzieningen, decors.
  • Alle andere uitgaven die je verder kunnen brengen in je cultureel ondernemerschap.

waar moet je op letten bij een cultuurlening?

Voordat je een cultuurlening aanvraagt (of een ander soort lening voor je professionele activiteiten), moet je natuurlijk eerst kijken of je wel kunt voldoen aan de inhoudelijke voorwaarden. Meestal ligt dat voor de hand. Zo is een Rotterdamse Cultuurlening niet bestemd voor kunstenaars uit Utrecht en andersom. In de meeste gevallen zijn de inhoudelijke criteria behoorlijk ruim, en vindt er meestal geen artistieke toets plaats, zoals wel altijd het geval is bij subsidies. In plaats daarvan weegt vooral bij grotere cultuurleningen de financiële toets zwaar, omdat de lening immers terugbetaald moet worden.

  • Het eerste en misschien wel belangrijkste waar je dan ook goed over na moet denken is: hoe ga je de cultuurlening terugbetalen en op welke termijn? Kan de looptijd van de lening daar op worden afgestemd? Waar liggen de grootste risico’s en hoe ga je daar mee om? Als je dit alles tevoren nog niet goed kan overzien, is het raadzaam om daar met een adviseur, collega of kundig persoon in je netwerk over te sparren. Als het goed is, is de terugverdiencapaciteit ook het onderwerp dat centraal staat in de aanvraagprocedure, en dat is ook in je eigen belang. Dat is voor lenen én uitlener onderdeel van een zorgvuldige afweging om tot toekenning over te gaan, zeker bij omvangrijkere cultuurleningen.

  • In het verlengde daarvan is van groot belang om na te denken over de terugvalopties als het tegenvalt. Waar haal je de middelen vandaan als de investering zich niet direct terugverdient? Hoe kun je bijsturen? Wat zijn andere bronnen van inkomsten om de rente en aflossing te voldoen? Soms kan het nodig zijn om iemand te vinden die (gedeeltelijk) garant wil staan voor de aflossing van de cultuurlening. Ook dit bespreek je met de partij die de lening aan je verstrekt.

  • Een ander kernpunt is de rente die je moet betalen. Hoe hoog is die? Zijn er nog andere kosten zoals afsluitkosten? Heb je het er voor over om rente- en afsluitkosten te betalen en kun je dat opbrengen? Bij de meeste cultuurleningen is de rente laag als je het vergelijkt met normale rentes (zoals bij een bank) of soms zelfs nihil.

  • Een vierde opletpunt gaat over de afbetalingsregelingen. Wat gebeurt er als je onverhoopt een afbetaling mist? Hoe gaat de organisatie die de lening versterkt daar mee om? Bij ‘normale’ leningen worden vaak al snel boeterentes of incassokosten in rekening gebracht, die flink kunnen oplopen. Aanbieders van cultuurleningen zoals het Fonds Cultuur+Financiering en Fonds Kwadraat zijn daar bewust soepeler in. Die gaan met je in gesprek om te bezien hoe je de afbetaling kunt voldoen zonder in problemen te geraken bij tegenvallende ontwikkelingen. Vraag daar van tevoren naar.

De voorwaarden en procedures vind je het meest actueel en compleet op de websites van de verschillende aanbieders, en op de (concept)contracten die je met hen aangaat. Als je je daar op hebt georiënteerd, is het belangrijk om in gesprek te gaan met de leningverstrekkers om bovenstaande zaken door te nemen. Bij de meeste aanbieders van cultuurleningen is dat een onderdeel van de aanvraagprocedure, waar je veel van kunt leren.

Speciaal voor culturele ondernemers heeft Cultuur+Ondernemen een tool ontwikkeld die het schrijven van een ondernemingsplan makkelijker maakt.

Cookiegebruik

Ik accepteer Nee, liever niet